Stayin' alive

Gepubliceerd op 2 januari 2023 om 15:41

Mijn buik rammelt. Op mijn bureau staat een lauwe thee al twee uur op mij te wachten, tevergeefs, het ochtendspreekuur gaf geen ruimte om deze rustig op te drinken. Nog één patiënt, en dan kunnen de welverdiende boterhammen tevoorschijn komen uit het zorgvuldig ingepakte plastic zakje in mijn tas.

Een Turkse man van vijfenvijftig jaar roep ik naar binnen.

‘Ik voel soms wat pijn op de borst, dokter’, begint hij direct terwijl hij plaatsneemt in de stoel. Al wrijvend over zijn borstkas legt hij uit dat dit zo’n drie weken nu en dan opkomt, soms bij inspanning, maar ook soms in rust. De hartslag gaat dan ook wat sneller. Op de vraag of er ook stress speelt, knikt hij, ‘mijn neef is anderhalve maand geleden onverwacht overleden, dokter, ik denk dat de klachten hierna zijn begonnen’. Ik scrol op de computer nog even snel door zijn medische voorgeschiedenis: hij is niet bekend met hartproblemen, rookt en drinkt niet.

‘Goed, ik zal u even nakijken meneer.’ Ik manoeuvreer de bloeddrukmeter behendig om zijn linker arm, 155/90 meet ik. ‘Iets te hoog, maar niet schokkend.’ Ik leg mijn stethoscoop op zijn linker borst en terwijl ik luister naar krachtige hartslagen in een regelmatig ritme, zet ik mijn zuurstofmeter op zijn vinger. ‘Uw hart klinkt goed, uw saturatie… ik bedoel de zuurstof in uw bloed, is 98%, ook netjes.’

De stethoscoop verplaats ik van zijn borst naar zijn rug en vraag hem goed in en uit te ademen. Een helder geruis klinkt bij elke diepe zucht die hij neemt. Ook hier geen bijzonderheden, denk ik, terwijl ik mijn instrumenten op het bureau terugleg en op mijn stoel plaats neem tegenover hem.

Ik vertel hem over de goede bevindingen bij het lichamelijk onderzoek en dat we nog wel extra onderzoek kunnen inzetten om er zeker van te zijn dat de klachten niet van het hart af komen. ‘Dat is goed nieuws, dokter, ik slaap ook wel slecht de laatste weken door de stress... heeft u daar nog iets voor?’

‘Voordat we het daar over hebben, zou ik graag willen weten hoe u met de stress na het overlijden van u neef omgaat, praat u er wel eens over met anderen?’

‘Eh… nou niet echt, dokter, maar dat komt wel goed.’ Hij wendt zijn blik naar beneden en zijn handen gaan richting zijn voorhoofd.

Ik probeer weer oogcontact te maken, maar zijn houding blijft onveranderd. ‘Gaat het, meneer?’, vraag ik aarzelend.

Er komt geen reactie. Plots schiet zijn hoofd naar achteren. Zijn ogen draaien naar buiten. Een luide, iets onregelmatige, gorgelende ademhaling klinkt uit zijn keel.

Enkele seconden passeren terwijl ik in een perplexe houding op de stoel me aan het bedenken ben wat er zich voor mij afspeelt. De schrikreactie laat zich snel overrulen door de kom-in-actie-modus. Gedachtes vliegen door mijn hoofd: ook al hoor je een ademhaling, als deze niet normaal klinkt, kan dit ook zuurstoftekort betekenen, en dus: reanimeren!

‘Bel 112! We moeten reanimeren!’, schreeuw ik vanuit mijn kamer richting de doktersassistente achter haar balie, die in haar veertig jaar dat ze werkzaam is nog nooit een reanimatiesetting heeft meegemaakt. Met alle kracht in mij trek ik de man uit zijn stoel en leg hem op zijn rug, waardoor hij in de kleine spreekkamer nu met zijn voeten onder het bureau en met zijn hoofd bij de deuringang ligt. Het maakt niet uit, elke seconde telt, denk ik. Ik leg mijn handen op het midden van zijn borst, hou de armen gestrekt en begin met borstcompressies* op het ritme van Stayin’ Alive van de Bee Gees.

De assistente haast zich met een bleek gezicht naar mij toe, ‘wat.. wat.. kan ik doen?’ Met grote ogen aanschouwt ze het tafereel.

‘Neem mij over, ik ga hem beademen.’ Ik pak het mond-neus-masker uit mijn koffer, plaats het op zijn gezicht en blaas tweemaal. We wisselen elkaar af en zien na vijf minuten twee mannen in politieoutfit binnenrennen. Ze nemen de reanimatie over. De assistent en ik kunnen even bijkomen -reanimeren is fysiek veel zwaarder dan men doet vermoeden- terwijl al snel hierna de ambulance arriveert. Een AED wordt tevoorschijn gehaald. De ECG-plakkers worden in een rap tempo op de borst geplakt. ‘Ik ga een schok geven, iedereen los!’, commandeert de ambulanceverpleegkundige. Gehoorzaam zetten we allemaal een kleine stap naar achter. Ze drukt op de knop op de AED. Het lichaam van de man wordt kortdurend door elkaar geschud. Zijn ogen openen zich langzaam, onverstaanbaar mompelt hij iets. ‘U bent er weer!’, blijdschap en opluchting klinken door haar stem terwijl de ambulanceverpleegkundige hem aankijkt. Bij mezelf voel ik ook een acute daling in het adrenalineniveau. We hebben hem gewoon gered, een gevoel van trots valt niet te onderdrukken. Met een kleine glimlach vangen de vele blikken in de spreekkamer elkaar.

De ontspanning blijkt van korte duur, na twee minuten valt hij weer weg. De reanimatie procedure herhaalt zich meerdere ronden terwijl ook een traumahelikopter erbij wordt geroepen. De man wordt geïntubeerd** en na vijfenveertig minuten reanimatie is er een stabiele hartslag aanwezig, al is de man nog wel buiten bewustzijn. De brandweer is ondertussen gearriveerd om het raam in de spreekkamer eruit te halen om hem vanaf de eerste verdieping in een brancard naar buiten te kunnen vervoeren. Per helikopter wordt hij hierna naar het ziekenhuis gebracht.

De politie, brandweer en ambulance vertrekken. Daar staan wij dan, de assistente en ik tussen het verschoven bureau en de omgegooide stoelen. De hectiek heeft de kamer verlaten, hij leeft nog, maar voor hoe lang?

‘Zal ik het middagspreekuur maar even afzeggen?’, vraagt ze voorzichtig aan me.

‘Ja... dat lijkt me wel even goed.’

‘Gaat hij het redden denk je?’

‘Ik weet het niet’, beduusd ga ik zitten, ‘vijfenveertig minuten is wel echt lang voor een reanimatie.’

‘Zal ik even thee zetten?’

‘Ja, graag...’

 

 

* borstcompressie: het induwen van de borstkas om zo de pompfunctie van het hart over te nemen.

** intubatie: het aanbrengen van een buis in de luchtpijp.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.